Moderne kunst en hedendaagse kunst, da’s toch hetzelfde?

Nee, en ik ga je uitleggen waarom niet.

Als je denkt aan moeilijke kunst van nu, dan associeer je dat algauw met moderne kunst. Moderne kunst is de kunst van wazige installaties en verfspetters op het doek. Het is de stroming waar kunst stopte met het vereren van naakte goden en vazen vol bloemen en het voor velen allemaal iets te vreemd werd. Of het nu Mondriaan, Matisse, Mapplethrope of Muntadas is, voor de gewone sterveling vallen ze allemaal onder de noemer moderne kunstenaar. Toch is er een wezenlijk verschil tussen moderne kunst en kunst die nu wordt gemaakt (hedendaagse kunst).

Moderne kunst begon ongeveer in 1880 en was een reactie op de academische manier van schilderen in de 17e en 18e eeuw. De kunstenaars verwierpen de voor hun ‘klassieke’ manier van schilderen en sloegen hun eigen weg in. De wereld veranderde in de 20e eeuw in een razend tempo. De Eerste Wereldoorlog hulde Europa in een grauwe depressie, de komst van de Industralisatie bracht efficiëntie, werkverschaffing en massaproductie maar ook slechte werkomstandigheden, vervuiling en een grotere kloof tussen de armen en de rijken. Er werden talloze belangrijke uitvindingen gedaan zoals de stoomtrein, typemachine, revolver, pasteurisatie, plastic en niet geheel onbelangrijk voor de kunstwereld: fotografie. Nu een scenario nagenoeg perfect nagebootst kon worden door middel van het fototoestel, moesten de beeldende kunstenaars een andere manier verzinnen om hun werken interessant te maken voor de kijkers. Men ging expressiever te werk: kleuren werden feller, de streken van het penseel groter. Beweging werd een grote inspiratie voor velen en de beeldende kunstenaars probeerden beweging als het ware vast te leggen op het doek. 

Voor de komst van de moderne kunst werkten kunstenaars in opdracht van anderen (vaak rijken) zoals de Kroon of de Kerk. Nu de kunstenaars zich hadden gebroken van deze manier van werken konden zij zich richten op het maken van kunst die zijzelf mooi vonden: kunst werd zelfexpressie en zelfontwikkeling.

guernica3
Guernica (1937) – Pablo Picasso

De moderne kunst kenmerkt zich door de talloze ‘-ismes’ die geboren werden in deze turbulente tijden:

Realisme: Het weergeven van de keiharde werkelijkheid, met in de hoofdrol armoede, arbeiders en het platteland. Gustave Courbet was de oprichter en tevens belangrijkste schilder van deze stroming.

Impressionisme: Ontstaan als tegenreactie op de classicistische schilderkunst die toen hoogtij vierde. Thema’s waren impressies uit het moderne leven, schetsachtig en kleurrijk geschilderd. Bekendste schilders van deze stroming zijn Degas, Renoir, Monet en Cézanne.

Expressionisme: Begon (in tegenstelling tot de meeste stromingen, die hun wortels in Frankrijk hadden) in Duitsland met als geestelijk vader filosoof Friedrich Nietzsche. Er wordt van afgeweken van de werkelijkheid en geschilderd met emotie. De werken zijn vervormd, vlak en met felle kleuren geschilderd. Er wordt geschilderd vanuit het gevoel en niet vanuit het verstand. Bekende expressionistische kunstenaars waren onder andere Schiele, Appel, Munch, Kandinsky en Kirchner.

Fauvisme: Fauve betekent zoiets als ‘wilden’ en dat zie je terug op het doek. Kenmerkt zich door felle kleuren die nauwelijks gemengd worden. Met deze stroming wilde de kunstenaars concurreren met het fototoestel. Matisse, Gauguin, Braque en van Dongen waren loyale aanhangers van deze stroming.

Kubisme: Een stroming opgericht als reactie op het fauvisme. Waar fauvisme vooral ging om intuïtie en emotie, ging het bij kubisme om orde, balans en strakke vormen. Cézanne, eerst nog een impressionist, zag dat de natuur was opgemaakt uit een aantal oervormen (kubus, bol, kegel en cilinder) en probeerde deze oervormen in zijn werk terug te brengen. Bij het kubisme werd er een nieuwe manier van kijken ontwikkeld: ‘Hoe leg ik mijn waarneming vast op doek?’ werd ‘Kan ik mijn waarneming eigenlijk wel vertrouwen?’ Andere bekende kubistische kunstenaars waren Picasso, Malevitsj, Braque en Gris.

Futurisme: Een Italiaanse kunststroming ontstaan uit het kubisme. Kenmerkend voor het futurisme waren de agressieve vormen, lijnen en felle kleuren die vooruitgang, technologie en beweging moest vastleggen. Het futurisme ging gepaard met het nationalisme en oorlogslust die vlak voor de Eerste Wereldoorlog in Italië aanwezig was. In deze stroming werden veel manifesten geschreven waarin oorlog verheerlijkt werd. De futuristen pleitten voor een toekomst gemaakt door vooruitgang, aanval en strijd. Bekende futuristische kunstenaars waren Duchamp, Boccioni, Severini en Balla.

Surrealisme: Een kunststroming ontstaan vlak na de Eerste Wereldoorlog. Dankzij de gruwelen tijdens deze oorlog zagen veel kunstenaars nog weinig schoonheid in de werkelijkheid en gingen zij zich richten op het onderbewuste. Geïnspireerd door de theorieën van Sigmund Freud ging de droomwereld en het bewustzijn centraal staan in de werken van de surrealisten. De werken zijn abstract en niet realistisch, bij het surrealisme was het de bedoeling dat je je fantasie op de vrije loop liet gaan. Bekende kunstenaars van deze stroming zijn Dalí, Magritte, Miró, Kahlo, Ernst en Tanguy.

Blue Poles Jackson Pollock.jpg
Blue Poles (1952) – Jackson Pollock

Postmodernisme

Het was niet zo dat alle kunstenaars rond 1960 hun penselen lieten vallen, elkaar aankeken en zeiden: “weet je wat, ik heb nu ineens zin om media-installaties te maken.” Zoals elke transitie kent ook de kunst een soort overgangsperiode: het postmodernisme.

Het modernisme had een soort hoogtepunt vlak vóór de Tweede Wereldoorlog: zeker in de Verenigde Staten had kunst de hoogste vorm van zelfexpressie bereikt met kunstenaars zoals Jackson Pollock en Mark Rothko. Het maken van kunst was pure emotie en expressie. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de wereld en zo ook de kunst. De postmodernisten gingen twijfelen aan alles wat claimde de waarheid te zijn. Was dit wel zo, of nemen wij dit aan omdat er een gebrek is aan verdere kennis? Volgens de postmodernisten bestond de waarheid niet als zodanig maar is zij een gedachteconstructie waar mee gespeeld kan worden. Het werk werd met opzet onpersoonlijk en ging kritiek uiten op de gevestigde orde. Postmodernisme begon te deconstrueren, stripte alles weg wat normaal gesproken geassocieerd werd met kunst: originaliteit, kleur, emotie, expressie. De postmodernisten gingen zich afvragen: wat was, in essentie, kunst?

Kunst werd een standpunt, een filosofische vraag. De postmodernisten vonden dat iedereen kunst kon maken, zolang het maar kunst genoemd werd. Lawrence Weiner schreef een zin op de muur en noemde het kunst, Andy Warhol maakte een exacte kopie van een zeepverpakking en noemde het kunst. Het ging niet zozeer om de uitvoering, maar om het concept. Dit idee blies leven in de kunststroming van vandaag: hedendaagse kunst.

Hedendaagse Kunst

Sommigen noemen de jaren ’50, anderen zeggen de jaren ’60 en weer anderen noemen de jaren ’70 de tijd waarin de kunst zoals het nu wordt gemaakt geboren werd. Het is misschien makkelijker te zeggen dat moderne kunst eindigde met het postmodernisme en het postmodernisme aan de wieg van hedendaagse kunst stond. Simpel gezegd: alle kunst die nu wordt gemaakt (vanaf ongeveer 1960), dus echt álle kunst, valt onder hedendaagse kunst. Dat is inderdaad een hoop, maar dat is ook niet zo gek met de komst van de digitalisering en globalisering. De hele wereld is nog nooit zo verbonden geweest en subculturen krijgen de ruimte om exponentieel te groeien.

Als we kijken naar wat de bindende factor is wat deze kunststroming bij elkaar houdt, dan zijn er een paar. Zo kent hedendaagse kunst een grote diversiteit en pluralisme. Moderne kunst had nog wat            ‘-ismes’ om zich te onderscheiden maar vandaag de dag kenmerkt de afwezigheid van afbakening de kunst van nu. Kunstenaars werken abstract en figuratief, met ontzettend veel materialen en media. Technologie is een belangrijk kenmerk van hedendaagse kunst: zo vallen het stripverhaal, animatie en internetkunst ook onder hedendaagse kunst.

Nog een ander belangrijk kenmerk van hedendaagse kunst is dat er nog nooit een tijdperk is geweest waar kunst zo sociaal betrokken is. Het enige waar hedendaagse kunst zich echt afscheidt van alle andere voormalige stromingen is dat er nog nooit een tijdperk is geweest waarin kunst zó maatschappelijk betrokken is. Denk hierbij aan kunst over: feminisme, consumentisme, racisme, AIDS, onderdrukking en milieuvervuiling. Kunstenaars willen de problemen die zij zien in hun kunst verwerken en de kijkers aan het denken zetten. Denk bijvoorbeeld aan Keith Haring die met zijn cartooneske poppetjes AIDS bespreekbaar wilde maken, Banksy die graffiti maakt over de huidige maatschappij of Ai Weiwei die met zijn kunst de mensenrechtenschendingen van de Chinese overheid aan het daglicht wil brengen.

Het blijft verwarrend

Omdat de woorden ‘modern’ en ‘hedendaags’ veel overeenkomsten hebben blijft het lastig om onderscheid te maken tussen de twee tijdperken. En de verwarring groeit alleen maar als je je beseft dat er nog niet echt een duidelijke naam is voor de kunst die nu gemaakt wordt. Het is ook niet makkelijk om hedendaagse kunst in een hokje te stoppen zoals we dat in de 19e en 20e eeuw hebben gedaan. Er is zo veel kunst wat nu wordt gemaakt, in wat voor manier dan ook, dat het ook lastig blijft (niet alleen voor ons maar ook voor de kunstwereld zelf) om door de bomen het bos te blijven zien. Maar het helpt als je de geschiedenis kent en de andere tijdperken wel kunt herkennen. Wat dan overblijft (en de artiest leeft nog) is dan hoogstwaarschijnlijk hedendaags.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s